Er bestaan vandaag nog maar weinig auto’s die zich niets aantrekken van trends. De meeste terreinwagens proberen tegelijk sportief, luxueus, zuinig, technologisch en gezinsvriendelijk te zijn. De Ineos Grenadier doet precies het tegenovergestelde. Hij probeert vooral één ding te zijn: een compromisloze cult-mobiel. Niet eentje die er enkel uitziet alsof hij het avontuur aankan, maar eentje die zonder verpinken door modder, rotsen, sneeuw en rivieren rijdt. Al zul je ‘m wellicht niet vaak tegenkomen op onze wegen. En daar zijn enkele goede redenen voor.
Het verhaal van de Grenadier is minstens even bijzonder als de auto zelf. Het idee ontstond bij Sir Jim Ratcliffe, de miljardair en CEO van chemieconcern Ineos, die betreurde dat klassieke, compromisloze terreinwagens stilaan uit het straatbeeld verdwenen. Toen de oorspronkelijke Land Rover Defender uit productie ging, zag Ratcliffe een leegte ontstaan voor bestuurders die een robuuste werk- en expeditiewagen zochten, zonder overdaad aan elektronica of modieuze franjes.

Niet wachten
In plaats van te wachten tot een constructeur dat gat zou opvullen, besliste hij het zelf te doen. Zo werd Ineos Automotive opgericht. Voor de ontwikkeling schakelde het bedrijf gevestigde namen uit de autowereld in, met onder meer BMW voor de motoren, ZF voor de automatische versnellingsbak en Magna Steyr als technische ontwikkelingspartner. Het resultaat is geen nostalgische kopie van een klassieker, maar een volledig nieuw ontworpen terreinwagen die bewust trouw blijft aan de principes van onverwoestbaarheid, eenvoud en maximale offroadcapaciteiten.
De ingrediënten zijn opmerkelijk. Je krijgt een stevig ladderchassis, permanente vierwielaandrijving en een interieur dat evenveel weg heeft van een cockpit als van een militaire commandopost. De vraag is alleen: werkt dat totaalpakket ook wanneer je hem gebruikt zoals de meeste Belgische bestuurders dat zullen doen? Op asfalt, op de autosnelweg en tijdens dagelijkse ritten?

Design tegen de stroom in
De Grenadier is een auto die je onmiddellijk herkent. Dat komt uiteraard doordat hij duidelijk inspiratie haalt bij klassieke Britse terreinwagens, zonder een letterlijke kopie te worden. De proporties zijn puur functioneel: een korte overhang voor- en achteraan, een volledig vlak dak, bijna verticale ruiten en enorme wielkasten. Met zijn zichtbare scharnieren, de externe bevestigingspunten en robuuste details zou je hem bijna spartaans noemen, en toch oogt hij verrassend modern. Dat is vooral te danken aan de ronde LED-koplampen, de strakke LED-achterlichten en de verzorgde afwerking van alle carrosseriedelen.

Waar sommige retro-auto’s snel karikaturaal worden, blijft de Grenadier geloofwaardig. Hij ziet eruit alsof hij elk moment kan vertrekken richting Sahara of IJsland. Dat stoere karakter spreekt enorm aan en zorgt ervoor dat hij overal aandacht trekt. Zonder schreeuwerig te zijn. En ook de bouwkwaliteit verdient een pluim. De deuren sluiten met een massieve klap, de panelen voelen uitzonderlijk stevig aan en nergens krijg je de indruk dat kosten werden bespaard. Alles lijkt gebouwd om jarenlang mishandeld te worden.
Een interieur als een helikoptercockpit
Waar de Ineos Grenadier werkelijk geen enkele gelijke kent, is binnenin. Wie instapt, merkt meteen dat Ineos niet heeft gekozen voor minimalisme. Integendeel. Waar bijna elke constructeur functies verstopt in een touchscreen, kiest de Grenadier resoluut voor tientallen fysieke knoppen. Grote draaiknoppen voor de klimaatregeling, afzonderlijke schakelaars voor terreinfuncties, duidelijke bedieningselementen voor sperdifferentiëlen en zelfs een afzonderlijk bedieningspaneel boven het hoofd van de bestuurder.

Dat plafond doet sterk denken aan de cockpit van een helikopter. Daar bevinden zich onder meer de bediening voor de offroad-functies, extra accessoires en verschillende voertuiginstellingen. Het ziet er echt geweldig uit en verhoogt de beleving aanzienlijk. Het mooie is dat die fysieke bediening niet alleen nostalgisch is, maar ook praktisch. Met handschoenen aan of tijdens offroadgebruik kun je vrijwel alles blind bedienen. Dat is veel veiliger dan voortdurend zoeken in digitale menu’s.

Er is ook ook een flinke streep digitaal aan boord. Het centrale touchscreen is voldoende groot en ondersteunt draadloos Apple CarPlay en Android Auto, maar speelt bewust een ondersteunende rol. De auto draait niet rond software, maar rond mechanische bediening. En toch is niet alles perfect. Ondanks zijn prijsniveau ontbreken enkele voorzieningen die vandaag bijna vanzelfsprekend lijken. Zo is adaptieve cruise control niet beschikbaar, is de bestuurdersstoel niet in hoogte verstelbaar en ontbreekt zelfs een eenvoudig make-upspiegeltje achter de zonneklep. Dat zijn details, maar wel details die je opmerkt wanneer je meer dan 80.000 euro uitgeeft. Nog opmerkelijker is de startprocedure. Ondanks alle moderne techniek en de indrukwekkende cockpit moet je de BMW-zescilinder nog steeds starten met een klassieke fysieke sleutel. Dat voelt vreemd als je voor de rest omgeven wordt door fysieke knoppen.
Ruimte zonder overdaad
De Grenadier is groot, maar benut zijn afmetingen vooral voor robuustheid. Daardoor biedt hij voldoende ruimte voor vier volwassenen en een vijfde passagier kan zonder al te veel klachten mee. Vooraan zit je hoog en heb je een uitstekend zicht op de omgeving dankzij de lage zijruitlijn en de bijna verticale voorruit. Achterin is de hoofdruimte royaal en ook de beenruimte is meer dan behoorlijk, al behoort hij niet tot de ruimste SUV’s van zijn formaat.

Waar hij echt indruk maakt, is achter de achterbank. De tweedelige achterdeur opent praktisch, waarbij het kleine deel eerst opengaat en daarna de grote deur. Dat vraagt wat gewenning, maar werkt uitstekend wanneer je dicht tegen een muur parkeert. Daarachter schuilt een gigantische laadruimte van 1.152 liter, die groeit tot 2.035 liter wanneer de achterbank wordt neergeklapt. Daarmee behoort de Grenadier tot de absolute top van zijn segment. De laadruimte is bovendien perfect bruikbaar dankzij de rechte zijwanden, de vlakke vloer en de hoge daklijn. Geen modieuze aflopende achterruit die kostbare liters wegneemt. Wie met andere woorden veel materiaal vervoert of regelmatig avontuurlijke vakanties plant, zal die praktische kwaliteiten enorm waarderen.

Comfort: gebouwd voor expedities, minder voor de E40
Ga niet meteen af op de ietwat misleidende tussentitel, want we zullen maar meteen toegeven dat we de Grenadier eigenlijk meer dan voldoende comfortabel vonden voor dit type van voertuig. Op slechte wegen verteert de Grenadier dankzij zijn starre assen en lange veerwegen makkelijk alle putten, kasseien en obstakels, zonder dat je vullingen uit je tanden dreigen te vallen. Op de autosnelweg verandert dat beeld. De hoge carrosserie, de stevige ophanging en vooral de besturing maken hem minder ontspannen dan moderne SUV’s. Windgeruis is enigszins aanwezig, de ophanging blijft voortdurend communiceren wat er onder de wielen gebeurt en de stoelen blijken op lange ritten minder comfortabel dan gehoopt. Ze bieden voldoende steun, maar missen de verfijning die je na enkele honderden kilometers verwacht. Dat betekent niet dat lange ritten onmogelijk zijn, maar wel dat concurrenten zoals een Land Rover Defender of zelfs een Toyota Land Cruiser comfortabeler aanvoelen wanneer je vooral asfalt rijdt.

En dan komen we bij het grootste probleem van de Grenadier: zijn besturing. Op lage snelheid voelt ze nog logisch aan. Ze is zwaar, mechanisch en past bij het karakter van de auto. Maar zodra de snelheid stijgt, beginnen de tekortkomingen op te vallen. Er zijn opvallend veel stuurwielomwentelingen nodig, waardoor je voortdurend grotere stuurbewegingen moet maken dan verwacht. Op de autosnelweg vraagt de auto constant kleine correcties om mooi in het midden van de rijstrook te blijven. Het stuur keert bovendien nauwelijks vanzelf terug naar de middenstand na een bocht, iets wat vandaag ongewoon aanvoelt. En alsof dat nog niet volstaat, is ook de draaicirkel groter dan je zou verwachten. In stadsverkeer en tijdens parkeermanoeuvres merk je dat meteen. Het resultaat is dat de Grenadier veel vermoeiender rijdt dan nodig zou zijn. En dat is jammer, want vrijwel alle andere onderdelen van de auto zijn uitstekend uitgewerkt. Hier kan Ineos dus nog een flinke stap vooruit zetten.
De heerlijke BMW-zescilinder
Onder de motorkap ligt een van de grote troeven van deze auto. Tenminste, als je niet op zoek bent naar enige vorm van hybridisering. De 3,0-liter zes-in-lijn benzinemotor van BMW levert ongeveer 286 pk en 450 Nm, gekoppeld aan de bekende achttrapsautomaat van ZF. Dat blijkt een uitstekende combinatie. De motor draait uitzonderlijk soepel, reageert onmiddellijk op het gaspedaal en produceert een heerlijk mechanisch geluid dat bij stevig accelereren zelfs verrassend sportief klinkt. Je vergeet soms dat je met een terreinwagen van bijna drie ton onderweg bent.

Trouwens, de officiële prestaties ogen misschien niet spectaculair (de sprint naar 100 km/u duurt iets meer dan 8 seconden) maar achter het stuur voelt hij sneller en zelfs sportiever. Dat komt doordat de motor zo spontaan reageert en de zes-in-lijn voortdurend een aangename duw in de rug geeft. Ook de automaat verdient lof. Hij schakelt vrijwel onmerkbaar tijdens rustig rijden en reageert snel wanneer extra vermogen gevraagd wordt. De remmen blijken eveneens krachtig genoeg om het hoge gewicht met vertrouwen tot stilstand te brengen.
Verbruik: hier betaal je de rekening
Wie een Grenadier koopt om zuinig te rijden, heeft de verkeerde showroom bezocht. Tijdens onze test schommelde het praktijkverbruik voortdurend tussen 14 en 15 liter per 100 kilometer, afhankelijk van het traject. Op de autosnelweg of bij stoplichtsprints kan dat nog verder oplopen, terwijl rustig rijden op secundaire wegen slechts beperkt helpt. Dat is fors, zelfs voor een grote terreinwagen. Natuurlijk speelt de aerodynamica van een baksteen, het hoge gewicht en de permanente vierwielaandrijving daarbij een grote rol. Toch blijft het een kost waarmee toekomstige eigenaars rekening moeten houden. De eventuele oplossing: je kan ook voor een dieselversie kiezen. We vermoeden niet dat die plots zuinigheidsrecords kan breken, maar hij zal zeker vriendelijker zijn voor je portemonnee.

Offroad: vingers in de neus
Toegegeven, we hebben niet bepaald erg moeilijk terrein opgezocht maar als we op één punt echt vertrouwen hebben, dan is het wel in de offroadcapaciteiten van de Grenadier. Daar wordt duidelijk waarom Ineos zoveel aandacht besteedde aan mechanische eenvoud, starre assen en fysieke bediening. Met zijn ladderchassis, permanente vierwielaandrijving, tussenbak met lage gearing, vergrendelbare sperdifferentiëlen, indrukwekkende bodemvrijheid en grote aan- en afloophoeken behoort hij zonder twijfel tot de beste terreinwagens die vandaag nieuw te koop zijn. Steile hellingen, diepe modder, los zand of rotsachtig terrein eet hij als ontbij an waar veel SUV’s elektronica nodig hebben om zich overeind te houden, rijdt de Grenadier er bijna achteloos doorheen. Juist daardoor voelt hij authentiek. Hij is gebouwd om jarenlang zwaar werk te verrichten en niet om enkel stoer te lijken. Oh ja, uiteraard kan er ook nog 3,5 ton aan de trekhaak.

Prijs en concurrentie
Kijk je naar de Belgische prijslijst dan start de Ineos Grenadier Station Wagon benzine vanaf ongeveer 81.000 euro, afhankelijk van uitvoering en uitrusting. Daarmee is hij zeker geen koopje, maar hij positioneert zich verrassend competitief tegenover vergelijkbare terreinwagens. Een rijk uitgeruste Land Rover Defender loopt immers gemakkelijk op tot ver boven de 90.000 euro, terwijl een Mercedes G-Klasse zich zelfs in een volledig andere prijscategorie bevindt. Ook een Toyota Land Cruiser is vandaag allerminst goedkoop. Voor wie puur kijkt naar constructiekwaliteit, terreintechniek, BMW-aandrijflijn en standaarduitrusting, biedt de Grenadier dus behoorlijk veel waar voor zijn geld. Aan de andere kant is het natuurlijk wel verleidelijk (zeker als je in deze prijscategorie winkelt) om 20% meer te betalen voor een Defender die toch moderner is, comfortabeler en meer alledaags inzetbaar blijkt.

Conclusie
De Ineos Grenadier is geen terreinwagen voor iedereen. Gelukkig maar. Hij is gebouwd voor mensen die een echte offroader willen, niet voor wie vooral indruk wil maken aan de schoolpoort. Zijn karakter is eerlijk, zijn bouwkwaliteit uitstekend en zijn BMW-zescilinder behoort zonder twijfel tot de grote aantrekkingspolen van deze auto. De fysieke bediening, de helikopterachtige cockpit en de gigantische kofferruimte maken hem bovendien bijzonder uber-cool. Toch kun je de tekortkomingen onmogelijk negeren. Het hoge verbruik, enkele vreemde besparingen in de uitrusting en vooral de ondermaatse besturing verhinderen dat de Grenadier uitgroeit tot een universele aanrader. Die stuurinrichting vraagt simpelweg te veel compromissen voor wie dagelijks veel asfaltkilometers aflegt. Maar misschien is dat net de charme van deze auto. Hij probeert niet iedereen tevreden te stellen. Hij doet één ding uitzonderlijk goed: de meest authentieke terreinwagen van deze tijd zijn. En daarin slaagt hij met glans.
PLUS
- Heerlijk klassiek en stoer design
- Bouwkwaliteit
- Onvermoeibare werkkracht
- Grote koffer
- Heerlijke BMW-motor
- Prijs is nog redelijk vergeleken met concurrenten
MIN
- Besturing is vaag, onprecies en log
- Verbruik kan oplopen
- Uitrustingslacunes























