Tijdens een Investor Day gedoopte presentatie in het Amerikaanse Auburn Hills nabij Detroit heeft Stellantis een nieuw en heel ambitieus lijkend strategisch plan aangekondigd. Er is maar liefst 60 miljard euro mee gemoeid en het omvat onder meer de lancering van tientallen nieuwe auto’s. Een flink deel ervan komt op het STLA One-platform te staan.
Zoals het tweede deel van de naam ook meteen aangeeft, gaat het om een modulaire of ‘schaalbare’ structuur die voor diverse modellen en ook merken van de grote groep zal worden gebruikt. Stellantis heeft het over auto’s voor zowel het B-, C- als D-segment, dat gaat dan van compacte stadswagens tot al behoorlijk grote middenklassers. STLA One zal geleidelijk aan huidige platformen als STLA Small en STLA Medium vervangen.
800-voltarchitectuur voor EV’s
De met 14 merken in zowat alle werelddelen actieve autoreus laat verstaan dat STLA One voor diverse aandrijvingsvormen en dus zeker ook nog voor verbrandingsmotoren geschikt zal zijn, het is al een tijdje bekend dat de focus zeker niet meer alleen en zelfs niet prioritair op elektrische auto’s zal liggen. Voor die laatste heeft men het wel al over een 800-voltarchitectuur, Stellantis belooft evengoed steer-by-wire, STLA Cockpit en STLA Brain die een snelle uitrol van nieuwe functies mogelijk moeten maken.

30 modellen tegen 2035
We mogen ook al weten dat er meer LPF-accu’s met minder ‘kritieke’ grondstoffen zullen worden gebruikt en dat die deel zullen uitmaken van de structuur van de auto’s. Dat maakt ze zowel lichter als minder complex en helpt ook de productiekosten drukken. Men mikt alvast op een besparing van 20 procent. Tegen 2035 zullen er minstens 30 modellen op het nieuwe platform staan én moeten er ook al meer dan twee miljoen exemplaren van zijn gebouwd, het eerste zou volgend jaar op de markt komen.
‘Eenvoudiger’ en goedkoper
Als een soort ‘tussenstap’ voorziet het plan ook om tegen 2030 al 50 procent van de wereldwijd geproduceerde modellen op nog drie platformen te bouwen, met tot 70 procent gemeenschappelijke onderdelen. Dat moet toelaten de ontwikkelingstijd aanzienlijk in te korten, de samenwerking met leveranciers te vereenvoudigen en dus ook de kostenefficiëntie te verbeteren. Men heeft het daarbij ook over het vereenvoudigen van de bedrijfsvoering en natuurlijk het versterken van het concurrentievermogen.



