Elektrische auto’s zijn duur. Het is een argument dat al jaren wordt gebruikt in discussies over de overstap naar elektrisch rijden, en helemaal uit de lucht gegrepen is het natuurlijk niet. Maar stilaan begint er iets te veranderen. Nieuwe internationale cijfers tonen zelfs een opvallend kantelpunt: wereldwijd lag de gemiddelde prijs van een volledig elektrische auto in 2025 voor het eerst lager dan die van een hybride. Dat vraagt om wat meer duiding.
De cijfers die de aanleiding vormen van de opmerkelijke titel bovenaan dit artikel, zijn afkomstig van de Amerikaanse data company Mobility Global. Mobility Global keek naar de catalogusprijzen zonder subsidies, maar hield ook rekening met hoeveel exemplaren van elk model daadwerkelijk werden verkocht. Een betaalbare EV die honderdduizenden kopers vindt, weegt daardoor veel zwaarder door in de gemiddelde prijs dan een dure elektrische luxewagen waarvan maar enkele duizenden exemplaren worden verkocht. Het cijfer geeft zo een beter beeld van de gemiddelde prijs van de auto’s die consumenten daadwerkelijk kopen.

Het resultaat is opmerkelijk. In 2025 bedroeg de gemiddelde prijs van een elektrische auto wereldwijd ongeveer 37.000 dollar. Dat is 9 procent minder dan in 2020. Een hybride kostte gemiddeld ongeveer 39.000 dollar en werd over dezelfde periode net 16 procent duurder. Daarmee heeft de elektrische auto de klassieke hybride op wereldniveau dus ingehaald.
Mondiale cijfers, maar China duwt de prijs naar beneden
Dat wil nog niet zeggen dat we meteen kunnen besluiten dat een elektrische auto vandaag ook in de Europese showroom gemiddeld goedkoper is dan een hybride. Want de wereldwijde cijfers worden – wat had je gedacht? – sterk beïnvloed door China. Het land is niet alleen veruit de grootste markt voor elektrische auto’s, Chinese constructeurs hebben zich bovendien gespecialiseerd in relatief betaalbare EV’s. Volgens de aangehaalde cijfers werden in 2020 nog minder dan 100.000 elektrische auto’s vanuit China geëxporteerd. In 2025 waren dat er al 1,64 miljoen. Daardoor duiken Chinese EV’s steeds vaker op in markten waar elektrische auto’s vroeger vooral relatief dure producten waren.

Daarnaast speelt de batterijprijs een cruciale rol. Volgens de Mobility Global-analyse daalden de kosten van lithium-ionbatterijen tussen 2020 en 2025 met 37 procent. Aangezien het batterijpakket nog altijd een aanzienlijk deel van de productiekosten van een elektrische auto vertegenwoordigt, werkt die daling rechtstreeks door in wat constructeurs voor hun auto’s kunnen vragen. Ook het toenemende gebruik van LFP-batterijen speelt mee. Die lithium-ijzerfosfaattechnologie vermijdt onder meer het gebruik van kobalt en is relatief goedkoop te produceren.
China heeft daarbij een schaalvoordeel dat Europa voorlopig moeilijk kan evenaren. De enorme thuismarkt, gigantische batterijproductie en hevige concurrentie tussen tientallen merken hebben er een prijzenslag veroorzaakt. Voor de Chinese constructeurs is export vervolgens een manier geworden om hun productiecapaciteit ook buiten de thuismarkt te benutten.
Europa volgt, maar loopt nog achter
Voor Europa bestaat een interessante analyse van JATO Dynamics, dat specifiek onderzocht hoe de prijzen van elektrische auto’s en auto’s met een klassieke verbrandingsmotor evolueren. Daaruit blijkt dat de prijskloof ook bij ons snel kleiner wordt, maar nog niet verdwenen is. Volgens JATO daalde de voor inflatie gecorrigeerde gemiddelde verkoopprijs van een elektrische auto in de eurozone tussen 2018 en 2024 met 15 procent. Nog interessanter is de vergelijking met auto’s met verbrandingsmotor. In 2018 was een BEV in Europa gemiddeld maar liefst 53 procent duurder dan een vergelijkbare ICE-auto. In 2024 was die meerprijs teruggevallen tot 22 procent. De kloof is in zes jaar tijd dus meer dan gehalveerd.

Duitsland toont hoe snel het kan gaan
Nog recentere cijfers komen van de International Council on Clean Transportation, kortweg ICCT. Die organisatie publiceerde in juli van dit jaar een uitgebreide analyse van de Duitse automarkt over de periode 2020 tot en met 2025. Volgens het ICCT daalden de prijzen van elektrische auto’s in Duitsland in die periode in reële termen met ongeveer 18 procent. Auto’s met een verbrandingsmotor werden daarentegen ongeveer 2 procent duurder. Ook op Europa’s grootste automarkt bewegen beide technologieën qua prijs dus steeds verder naar elkaar toe.
Nog een andere orgnisatie, het International Energy Agency, komt in zijn Global EV Outlook 2026 tot een vergelijkbare vaststelling. Volgens het IEA daalde alleen al in 2025 de gemiddelde prijs van een volledig elektrische auto in Duitsland met ongeveer 6 procent. Het agentschap schrijft die evolutie onder meer toe aan een groter aanbod van betaalbare modellen. Tegelijk steeg de verkoop van elektrische auto’s in Duitsland in 2025 met ongeveer 50 procent tot een recordniveau van circa 850.000 exemplaren.
Dat laatste is niet onbelangrijk. Meer betaalbare modellen zorgen voor meer verkopen, maar hogere volumes kunnen op hun beurt ook weer voor lagere productiekosten zorgen. Elektrische auto’s komen zo geleidelijk weg van hun luxe-imago waarin ze tijdens de eerste jaren van de transitie vaak terechtkwamen.
Meer betaalbare EV’s komen eraan
Ook het Europese modellenaanbod verandert snel. Enkele jaren geleden begon een enigszins bruikbare volledig elektrische gezinsauto vaak ruim boven 40.000 euro. Vandaag groeit het aanbod onder die grens en vooral in de kleinere segmenten komen steeds meer elektrische modellen beschikbaar. Dat proces zal de komende jaren waarschijnlijk nog versnellen. Europese constructeurs hebben er alle belang bij om kleinere en goedkopere EV’s te lanceren, terwijl Chinese merken de prijsdruk verder opvoeren. Tegelijk blijven batterijtechnologie en productieprocessen evolueren. LFP-technologie wordt breder toegepast en constructeurs proberen elektrische platformen eenvoudiger en goedkoper te produceren.

Hybrides zijn voorlopig nog bijzonder sterk
Nu goed, prijs is belangrijk, maar een lagere prijs alleen bepaalt niet welke aandrijftechnologie de consument kiest. Dat blijkt duidelijk uit de Europese verkoopcijfers. Volgens de Europese constructeursvereniging ACEA waren klassieke hybrides in de eerste helft van 2026 met voorsprong de populairste aandrijfvorm in de Europese Unie. Ze waren goed voor 37,3 procent van alle nieuwe registraties.
Volledig elektrische auto’s bereikten in dezelfde periode een marktaandeel van 20,7 procent, tegenover 15,6 procent een jaar eerder. Plug-inhybrides namen nog eens 9,8 procent voor hun rekening. Benzine en diesel samen zakten ondertussen naar 29,7 procent. Vooral de snelheid waarmee BEV’s groeien valt op: in de eerste zes maanden van 2026 werden in de EU ruim 1,22 miljoen volledig elektrische auto’s geregistreerd.
Elektrisch groeit dus snel, maar de gewone hybride blijft voorlopig bijzonder aantrekkelijk voor Europese consumenten. Dat is niet moeilijk te verklaren. Een hybride vraagt geen verandering van gebruiksgewoonten, heeft geen laadpaal nodig en biedt een relatief laag verbruik zonder dat de bestuurder zich met laadpassen, laadcurves of snelladers hoeft bezig te houden.
Wanneer wordt elektrisch ook bij ons goedkoper?
We moeten ons niet afvragen óf elektrische auto’s goedkoper worden dan hybrides, maar wel wanneer. Zoiets gebeurt natuurlijk heel geleidelijk en in sommige gevallen zijn we al zover. Kijk maar naar de BMW X3 PHEV die we recent testten. Die bleek net iets duurder uit te vallen dan zijn veel modernere BMW iX3 evenknie.
Een exact jaartal op het Europese omslagpunt plakken, is dus niet nodig. Maar de evolutie is ingezet, en is niet meer te stoppen. Wel is de kans groot dat die omslag niet in elk segment tegelijk gebeurt. Kleine stadsauto’s, compacte crossovers en bepaalde zakelijke modellen kunnen sneller prijspariteit bereiken dan grote gezins-SUV’s met enorme batterijpakketten. De conclusie is dus genuanceerder dan de opvallende wereldwijde cijfers op het eerste gezicht suggereren.




