Tussen de alsmaar talrijker wordende elektrische modellen in de dan ook alsmaar dikker wordende Kia-catalogus staan natuurlijk ook nog wel wat klassiekere auto’s. Een van de commerciële hoogvliegers blijft de Sportage. Die nam de constructeur recent nog eens onder handen, wij toerden een weekje rond met de hybride variant met een hip GT Line-pak.
Een volledig elektrisch aangedreven Sportage is er (natuurlijk) niet, er is wel keuze uit varianten met een benzinemotor zonder elektrische assistentie, een zogeheten zelfopladende hybride aandrijving en een desgewenst nog wat zuinigere plug-inybride. De eerste en de laatste lieten we staan, voor onze test gingen we dus voor wat (voluit) de 1.6 T-GDi HEV wordt genoemd. Die heeft net als alle andere Sportage-varianten een 1,6 liter grote benzinemotor. In het basismodel is die 150 sterk, in de PHEV levert hij samen met de elektromotor 288 pk en in onze HEV een toch ook al stevige 239 pk.

Wat voorafging
We noemden de Sportage in de inleiding al een commerciële hoogvlieger, maar blijkbaar is het wereldwijd zelfs nog altijd de best verkochte Kia. Er zijn immers ook nog heel wat landen waar EV’s nog een flinke achterstand op auto’s met verbrandingsmotoren hebben. En de Sportage is een echte wereldspeler, vandaar dus ook die status van populairste Kia. De eerste generatie werd in 1993 gelanceerd met het platform van een – echt waar – Mazda-minibusje, Kia was toch nog nauw gelieerd met zowel dat Japanse merk als met Ford. De voor Europa bestemde exemplaren werden bij het Duitse Karmann geassembleerd, een echt succesverhaal was het hier toen natuurlijk nog niet.

Vijfde generatie
Dat veranderde met de in 2004 gelanceerde tweede generatie, die Sportage deelde zijn platform en nog wel wat meer toen al met de Tucson van nieuwe eigenaar Hyundai. Beide auto’s werden net wel heel populair, vanaf 2006 werd de voor onze toonzalen (en klanten) bestemde Sportage in Slowakije gebouwd. Dat is vandaag nog altijd het geval, na de derde in 2010 en de vierde in 2015 zijn we sinds 2021 al aan de vijfde generatie toe. Die werd recent dus nog eens opgefrist en met dat kort stukje geschiedenis zijn we dus ook helemaal klaar voor een soort herontdekking van de populaire SUV.

Apart genoeg
Met wat we om te beginnen een echte facelift mogen noemen, sluiten de looks van de Sportage enigszins aan bij de Opposites United-designfilosofie van de diverse elektrische modellen. Er zijn nieuwe bumpers voor een ook wat stoerder voorkomen en weer nog wat fraaiere lichtblokken van het zogeheten Star Map-type. De velgen in de maten 17, 18 en 19 duim hebben ook een nieuw design, de grootste exemplaren zijn standaard voor de dan ook wat sportiever ogende GT Line. De Sportage is nog meer dan apart genoeg om hem te onderscheiden van de vele EV’s van Kia, maar hij ziet er met wat meer visuele raakpunten wel weer moderner uit.

Helemaal mee qua infotainment
Dat is ook het geval voor het interieur, dat natuurlijk nog altijd comfortabel plaats biedt aan vier volwassenen en met 587 liter (voor de HEV) ook flink wat bagage. De achterbank is niet verschuifbaar, maar de rugleuningen laten zich wel verstellen en natuurlijk ook neerklappen. Daarmee vergroot je het laadvolume tot een straffe 1.776 liter. Het dashboard telt twee zowat onzichtbaar tegen elkaar geplakte panoramische schermen van elke 12,3 duim, er is ook een nieuwe head-up display van 10 duim. Samen met het nu draadloze Android Auto en Apple CarPlay, Kia Connect, Digital Key 2.0 en nog wel wat meer even hippe als handige voorzieningen zorgen ze ervoor dat de Sportage inzake infotainment en connectiviteit weer helemaal mee is met zijn tijd, al laat lang niet alles zich combineren met de goedkope(re) uitrustingsniveaus.

Echte knoppen!
Voor een evengoed modernere look zijn er een nieuw stuurwiel met twee spaken en een dashboard met fraai ingewerkte ventilatieroosters. De stoelbekledingen zijn ook nieuw, voor de GT-Line is er een geslaagde combinatie van zwart en wit kunstleder en suède. Maar nog even helemaal naar voor, waar we het behoud van enkele klassieke knoppen voor diverse vaak gebruikte functies alleen maar luidkeels kunnen toejuichen. Idem dito voor de grote draaiknop voor de bediening van de zestrapsautomaat op de middenconsole, handiger kan het nog moeilijk worden. Over transmissies gesproken, voor (toch nog) liefhebbers van een manuele zesbak is er alleen nog de 1.6 T-GDi van 150 pk.

Wat moet het kosten?
Vierwielaandrijving kan ook, anders zou de Sportage zich geen echte SUV mogen noemen. Je moet er dan wel de zelfopladende hybride én de GT Line voor hebben, dat maakt natuurlijk dat zo’n AWD-variant meteen een pak duurder is. We hebben we het dan over een catalogusprijs van € 49.390. Onze voorwielaangedreven en dus 239 pk sterke HEV is er vanaf een correcte € 39.990, dan moet je het wel stellen met het Pure-uitrustingsniveau. Er zijn ook een Pulse, een Pace en dus de GT Line, met telkens nog wat meer luxe en in het laatste geval ook of vooral een extra sportieve look. Daar wordt dan wel € 46.890 voor gevraagd, een catalogusprijs waar natuurlijk altijd wel nog over te praten zal vallen…

De dynamische kant van de zaak
Nu we ook dat financiële hoofdstukje hebben gehad, moeten we het natuurlijk nog over de dynamische kant van de zaak hebben. Hoe de vernieuwde Sportage rijdt en wat hij verbruikt dus. Met een batterij van slechts 1,45 kWh mag je geen echte mirakels verwachten, het is dus ook geen exemplaar dat je met een laadbeurt extra elektrische kilometers kan laten afleggen. Ook voor zo’n klassiekere hybride is het benzineverbruik echter sterk afhankelijk van waar en hoe je de auto (vooral) gebruikt. Met een mix van stads-, provinciale en snelwegen, dus zeg maar maximumsnelheden van 50, 70 en 120 (en ook al eens 30 of 90) km/h, mag je toch rekening houden met iets tussen de 6,5 en 7 l/100 km. Of nog wat minder als je echt vaak op ‘tragere’ wegen vertoeft… of dikwijls in de file staat.

Niet de zuinigste van de klas
Het maakt van de Sportage niet de zuinigste van de klas, maar de combinatie met de eerder klassieke zestrapsautomaat maakt wel dat hij wat prettiger rijdt dan bijvoorbeeld de zelfopladende hybrides met toch wat complexere transmissies van Renault en Toyota. Met zijn 239 pk en 280 Nm is de 1.6 T-GDi HEV zeker ook krachtig genoeg voor vlotte acceleraties en hernemingen, het wisselen tussen de benzine- en de elektromotor gebeurt ook soepel en dus eigenlijk zonder dat je het merkt.

Geen sportieve ambities
Vrij uniek voor dit type hybrides is dat je de recuperatie van de vertragingsenergie via peddels aan het stuurwiel kan aanpassen, daarmee laat het benzineverbruik zich dus ook nog wel een klein beetje controleren. Echt sportieve ambities heeft zo’n Sportage zelfs als GT Line natuurlijk niet, maar het rijgedrag is geruststellend en schenkt met een prima comfort in 99 procent van de rijomstandigheden echt wel voldoening. Wie er af en toe koude(re) oorden mee wil opzoeken of al eens bewust het asfalt wenst te verlaten, vindt nog een pak extra grip en een hoger veiligheidsniveau in de al vermelde AWD-versie.

Conclusie
Als dat laatste niet aan de orde is, heb je aan de opgewaardeerde Sportage nog altijd een ruime, correct presterende, betrouwbare en dus ook weer wat mooiere en gebruiksvriendelijkere SUV voor een prijs die we zeker marktconform mogen noemen. Met een garantie van 7 jaar of 150.000 kilometer als extra zekerheid.
PLUS
- Geslaagde facelift
- Gebruiksvriendelijk interieur
- Correcte prijs
- Zeven jaar garantie
MIN
- Weinig uitrustingsmogelijkheden voor basisniveaus
- Geen verschuifbare achterbank
- Vierwielaandrijving alleen voor GT Line




















