Aston Martin, Ferrari en ook Lamborghini beperken zich voor het realiseren van een ‘mooie’ omzet al een tijdje niet meer tot enkel sportwagens. Ze hebben allemaal ook al een SUV in de catalogus staan, met natuurlijk wel een heel krachtige mechaniek en sterke prestaties. Bij Lamborghini gaat het om de Urus, daar mochten we in zijn eigen Italië nog eens een pittig testritje mee maken.
Of zeg maar testrit, want we leggen met het grootste en zeker ook hoogste model uit de Lamborghini-catalogus met plezier enkele honderden kilometers af. Deels langs de kust ten zuiden van Bari en ook een tijdje op een autostrada met echt wel heel strenge snelheidsbeperkingen die… geen enkele Italiaan lijkt te respecteren. Of wij dat dan wel moeten doen?

Best wel een succesverhaal
Over naar de orde van de dag, zullen we maar zeggen. De zowat 5,12 meter lange Urus dateert al van eind 2017 en kan dus bezwaarlijk nog een nieuwe auto worden genoemd. Om toch wel evidente redenen werd hij op zowat hetzelfde platform als de (toenmalige) Audi Q7, Bentley Bentayga, Volkswagen Touareg en Porsche Cayenne geplaatst, met natuurlijk wel voldoende aanpassingen om enigszins tegemoet te komen aan wat (potentiële) Lamborghini-klanten van zo’n auto zouden kunnen en ook wel mogen verwachten. Dat de Urus zowat meteen in de smaak viel, is een understatement. Wie al eens in de betere buurten van ‘groot’ Miami of Los Angeles rondtoerde, zal het wel kunnen beamen. In juli 2020 waren er al 10.000 exemplaren gebouwd, de kaap van de 20.000 stuks werd in 2022 gepasseerd. Veel kopers waren echt nieuw voor het merk, er werd met de auto dan ook een deels jonger én vrouwelijker publiek aangesproken.
De kassa rinkelt
Ondertussen blijft de kassa natuurlijk verder rinkelen, zeker sinds het originele model in de lente van 2024 werd vervangen door de SE. Naast en vooral belangrijker dan de opgefriste look was de introductie van nieuwe aandrijftechnologie. SE is namelijk Lamborghini-taal voor de plug-inhybride combinatie van een benzine- en een elektromotor. Het gaat in beide gevallen om totaal andere ‘mechaniek’ dan die van de evengoed plug-inhybride Revuelto. Die heeft een V12, drie elektromotoren en een eerder kleine batterij, de Urus SE doet het met een V8, een net voor de achttrapsautomaat geplaatste elektromotor en een met een capaciteit van 25,9 kWh net wel vrij grote accu.

Fenomenale prestaties
Het zorgt voor een gecombineerd vermogen van 800 pk en een zo mogelijk nog wat indrukwekkender maximumkoppel van 950 Nm, maar tegelijk ook wel voor een behoorlijk elektrisch rijbereik. De volgens Lamborghini herontworpen V8 heeft een inhoud van 4 liter en telt twee turbo’s, ook daarin verschilt hij dus sterk van de nog altijd atmosferische en vier cilinders meer tellende benzinemotor van de Revuelto. Verdere vergelijkingen hoeven dus echt niet meer te worden gemaakt, behalve nog dat ook de Urus tot best wel fenomenale prestaties in staat is.
Voor de volledigheid, de ondertussen niet meer gebouwde Urus S met enkel een V8 leverde 666 pk en was dankzij een wat lager gewicht dus ook al heel snel. Maar onze van een wel heel bijzondere en zelfs nogal kunstige combinatie van blauwe tinten voorziene lak is natuurlijk wel een SE. Over die kleuren gesproken, daar moet je echt wel van houden… en ook nog wat extra budget voor voorzien. Lamborghini realiseert een flink deel van zijn winst met het bevredigen van de soms best wel vergaande wensen van zijn klanten, het creëert daar met tal van personaliseringsmogelijkheden natuurlijk ook zelf een soort behoefte aan.
Meer downforce
We vinden het voor een SUV toch heel stoere en zelfs wat agressieve design van de Urus echt wel knap, maar zouden bovenop de SE-basisprijs van zowat 266 .000 euro wel geen supplement van nog eens enkele tienduizenden euro’s voor die ‘dubbele’ lakkleur meer neertellen. Dan nog liever geel, groen of effen (licht)blauw, Lamborghini heeft zich altijd al wat gespecialiseerd in opvallende kleuren en biedt voor de Urus zelfs zowat 130 (!) mogelijkheden aan. In vergelijking met de eerste Urus van dus toch al wat jaren geleden en ook de recent(er) verdwenen S, is de aerodynamica ondertussen verder geoptimaliseerd. Denk aan een nieuwe spoiler en diffuser en sowieso een betere geleiding van de luchtstroom rond en onder de auto. Er is achteraan tot 35 procent meer neerwaartse druk en een ook 30 procent betere remkoeling dan bij die basis-Urus.

Als de staart van een stier
Alweer in vergelijking met zijn eerste levensjaren werd de SUV met de komst van de SE esthetisch nog wel wat verfraaid, het gaat dan onder meer om een hertekende motorkap en dito lichtsignatuur. De Y-vorm van de dagrijlichten is verdwenen, ze krullen nu als de staart van een stier zowat om de koplampen heen. De Y is er wel nog voor de achterlichten, tussen de twee blokken is er een soort honingraatstructuur met zeshoekige raten en net als op de motorkap loopt er over de achterklep een opvallende centrale naad.
In het met fraaie materialen afgewerkte en zowaar zelfs tegelijk sportieve als sfeervolle interieur van onze testwagen komt de koetswerkkleur op diverse plaatsen terug, het oordeel over dat soort versieringen blijft natuurlijk altijd een kwestie van goesting. Wij kunnen het wel smaken, het is misschien alleen een beetje jammer dat er toch nog enkele knoppen zowat rechtstreeks uit een Audi lijken te komen. Voor wie het al niet meer zou weten, dat is een zustermerk van Lamborghini en leunt daar voor sommige topmodellen ook technisch nog altijd wel een beetje tegenaan.
Door de luchtvaart geïnspireerd
Precies dankzij ook nog behoorlijk wat klassieke toetsen en knoppen mag het allemaal nog vrij gebruiksvriendelijk worden genoemd, met onder meer ook een vrij groot en snel reagerend infotainmentscherm. Met de SE kwamen er nog wat elektrische rijmodi bij, volgens de Lamborghini-telling zijn het er nu elf. Het starten en ook weer stilleggen van de motor(en) gebeurt met een deels onder een rode hendel verstopte en door de luchtvaart geïnspireerde knop, die laatste is er echt alleen om het nog wat extra sportief te doen lijken. Voor het kiezen van de rijrichting of de parkeerstand is er een grote en echt wel heel originele hendel, de al vermelde modi bedien je met een veel kleiner exemplaar. Vreemd wel dat je niet rechtstreeks van de ene naar de andere stand kan, dat lukt enkel als die toevallig net ‘onder’ elkaar liggen. Van pakweg Strada naar het voor zwaarder terreingebruik bedoelde Terra duurt dus wel even. Nu ja, ook niet meer dan enkele seconden natuurlijk. Het hele bedieningspaneel heet trouwens Tamburo, het moet een beetje de sfeer van een commandocentrum oproepen.

Tot 60 elektrische kilometers
Terug naar de aandrijving nu, die hebben we voor het rijden toch ook wel nodig. De 4 liter grote V8 is in zijn eentje nog 620 pk en 800 Nm sterk, de elekrische motor is goed voor 192 pk en 483 Nm. Het bruikbare vermogen en koppel vermeldden we hierboven al. De Urus SE spurt er in slechts 3,4 en 11,2 seconden mee van 0 naar respectievelijk 100 en 200 km/h. Of natuurlijk aanzienlijk trager als je volledig elektrisch in en rond de stad wil zoeven, met een helemaal opgeladen batterij raak je tot zo’n 60 kilometer ver. De accu weer vullen kan alleen met wisselstroom (tot 11 kW), snelladen is helaas niet mogelijk. Maar goed, het gaat hier natuurlijk ook niet om een plug-inhybride gezinswagen waarmee je elke dag zo zuinig mogelijk (ook) naar het werk wil rijden.
Schuiven met het achterwerk
Wat je met zo’n Urus dan wel kan en allicht ook wil doen? Dingen die anno 2026 misschien niet echt nog voor publicatie bestemd zijn. Ondanks de grote afmetingen en het (leeg)gewicht van bijna 2,6 ton toont deze Italiaanse super-SUV zich echt uitzonderlijk dynamisch. Als we “per ongeluk” even de stabiliteitscontrole neutraliseren, gaat hij achteraan zelfs al eens plezant aan het schuiven. Vol op het gas en hij spurt er als deels elektrisch vierwielaangedreven krachtpatser weer razendsnel van door, met haast hetzelfde gemak én vooral in de Corsa-stand ook hetzelfde gebrul als een echte sportwagen.

Zelfs comfortabel
Doe in de Strada- of zelfs Sport-stand niet al te gek en de auto demonstreert mede dankzij de snedige voortrein, de meesturende achterwielen en de (met elektronisch sperdifferentieel) vectoriële koppelverdeling een geruststellende levendigheid. Ja, je kan er zelfs wat overstuur mee uitlokken. Met de eerste modus en de luchtvering en semi-actieve dempers maak je er desgewenst zelfs een vrij comfortabele reiswagen van, met de tweede wordt de schokdemping steviger zonder dat het echt te hard wordt. Van het samenspel tussen van de V8 en de elektromotor merk je nauwelijks wat, je vergeet dan ook wel eens dat je met een plug-inhybride onderweg bent. Tot je bij de boekhouder misschien toch eens de brandstofrekening opvraagt, met een normverbruik van 5,7 l/100 km en een CO2-uitstoot van 140 g/km kunnen verplaatsingen desgewenst ook vrij zuinig en dus ecologisch nog enigszins verantwoord gebeuren.
Conclusie
Laat er ons maar geen doekjes om winden, daar koopt natuurlijk niemand zo’n auto voor. Dat doen gefortuneerde automobilisten en liefhebbers ongetwijfeld wel voor de stoere looks, de geweldige prestaties, het ook echt wel grote rijplezier én tegelijk zelfs de vrij grote functionaliteit. Met een Temerario of Revuelto, hoe plezant die bij momenten ook zijn, zien we onszelf nooit alle dagen de weg op gaan. Zo’n echte sportwagens horen thuis in een collectie auto’s met ook nog modellen met andere mogelijkheden, terwijl een Urus eigenlijk zowat alle denkbare noden tegelijk kan dekken.
PLUS
- Stoere looks
- Knap en ruim interieur
- Zowel dynamisch als comfortabel
- Breed inzetbaar
MIN
- Ergonomie nog niet optimaal
- Nog enkele Audi-achtige knopjes
- Bangelijke prijs











