Renault lanceerde deze lente zijn nieuwe en enkel nog met een elektrische aandrijving aangeboden Twingo, daar hadden we het op Auto-info natuurlijk al uitgebreid over. Het is al de vierde stadswagen met die naam en het leuke design bevat wel wat – haast letterlijk – knipogen naar de eerste generatie uit de jaren 90. Hoog tijd voor een terugblik, dachten we.
De lange en heel rijke autogeschiedenis telt al heel wat wagens die we als klassiekers zijn gaan beschouwen. Naast een designicoon en ook op technologisch vlak echt wel rijdend kunstwerk als de Citroën DS, rekenen we daar doorgaans vooral sportwagens als de Aston Martin DB5, de Ferrari 250 GTO, de Jaguar E-Type, de Lamborghini Miura, de Mercedes 300 SL Gullwing en natuurlijk ook de Porsche 911 bij. Toch is het opmerkelijk dat ook verschillende bij hun lancering als echte budgetauto’s met een heel simpele mechaniek gelanceerde vierwielers vandaag evengoed klassiekers worden genoemd. Denk maar aan de Citroën 2CV, de originele Fiat 500 en dito Mini, de Renault 4 en vanzelfsprekend ook de Volkswagen Kever.

Kleine monovolume
Zonder al van een vergelijkbare status te genieten, past de eerste Renault Twingo misschien ook wel een beetje in dat laatste rijtje. Hij werd in oktober 1992 onthuld en zowat een half jaar later gecommercialiseerd, in een tijdperk waarin monovolumes nog zowat even populair waren als SUV’s vandaag. Ook de Twingo kreeg een koetswerk waarvan de motorkap één lijn met de voorruit vormde, er staken (samen met de knipperlichten) in de bumper doorlopende koplampen in die met hun vorm van een halve cirkel wat op ogen en – volgens sommigen – zelfs een kikkergezicht leken. Het concept had ons toen kunnen doen denken aan de Honda Today uit de jaren 80, was het niet dat die Japanse stadswagen bij ons niet of nauwelijks bekend was.

Bedoeld als R4-opvolger
Iets wat we eigenlijk pas recent ontdekten, is dat de naam Twingo zoiets als een portmanteau of samenvoeging van verschillende woorden is. Zeg maar een mengwoord, van in dit geval twist, swing en tango. Het design was van Jean-Pierre Poulé en zijn baas Patrick Le Quement, de Fransman die ons onder meer ook de eerste Scénic- en tweede Mégane-generatie en eerder ook de best wel originele Ford Sierra ‘schonk’. Het plan was de Twingo te lanceren als opvolger voor de eigenlijk al een tijdje pensioengerechtigde R4, met in een veel kleiner formaat dus zowat hetzelfde monovolumeconcept als de toen al heel succesrijke Espace. Veel binnenruimte onder een in het geval van de Twingo heel compact koetswerk, daar kwam het zowat op neer.

Verschuifbare achterbank
Het interieur bood inderdaad verrassend veel plaats en voelde dan ook nog eens groter aan dan het eigenlijk was, onder meer doordat het sowieso compacte én al digitale instrumentenbord centraal gemonteerd was en er achter het stuur alleen wat waarschuwingslampjes waren. De achterbank was voorzien van een schuifmechanisme, daarmee kon er worden gekozen tussen extra been- of extra bagageruimte. Voor die tijd ook nog wel origineel was dat de hoedenplank aan de achterklep was bevestigd en er samen mee werd opgetild… of tegen de achterruit kon wordt geklikt als je ze niet nodig had.

Hou het simpel
Renault hield het bij de lancering eerder simpel, met één uitrustingsniveau en slechts vier dan wel heel hippe koetswerkkleuren (groen, rood, geel en blauw) om uit te kiezen. Dat aanbod werd wel vrij snel uitgebreid, met in 1994 ook al een originele Easy met een automatische koppeling voor de wel nog manuele versnellingsbak. Met de Matic werd er in 1996 ook een echte drietrapsautomaat beschikbaar, wat het autootje in druk stadsverkeer nog wat gebruiksvriendelijker maakte. Aanvankeijk gelanceerd met nog een bescheiden viercilinder uit de R5, had de Twingo toen ook al een nieuwe en modernere 1,1 liter-motor van de Clio gekregen.

Internationaal succes
Tegen eind 2000 was het vermogen met alweer een nieuwe 1.2 al opgevoerd tot 75 pk, de auto onderging natuurlijk regelmatig verbeteringen en zag ook zijn uitrusting opgewaardeerd worden. Het grote commerciële succes in Frankrijk en daarbuiten verantwoordde dat ook wel, het autootje zou zelfs een tijdlang ook in Columbia, Spanje, Uruguay en Taiwan worden gebouwd. Op 28 juni 2007 werd de productie in het Franse Flins stopgezet, er waren toen in totaal al 2.478.648 exemplaren gemaakt. In Columbia ging men nog tot zowat halfweg 2012 door, wat uiteindelijk om en bij de 2,6 miljoen Twingo’s van de eerste generatie opleverde.

Zelfs Renault Sport-variant
Bij ons was er toen allang een Twingo II, met toch al ‘zakelijkere’ looks en dus misschien niet meer dezelfde sympathieke uitstraling als het originele model. Het was natuurlijk wel een modernere auto, met vanaf 2008 zelfs een heuse Renault Sport-editie met een stevige 133 pk en dan ook knappe prestaties. Je kon als optie zelfs voor een Cup-chassis gaan, er werd met het autootje immers ook gekoerst. Een dCi-diesel met een correte 85 pk behoorde een tijdlang evengoed tot de mogelijkheden.

Motor achterin
Met de derde generatie uit 2014 bleef er van het originele Twingo-idee niet veel meer over. De monovolumevorm was helemaal verdwenen en het nochtans net iets kortere koetswerk had nu vijf deuren. Het technische concept was echter wel verrassend, met de motor achterin en dus ook een aandrijving via de achterwielen. Die derde Twingo was samen met Mercedes ontwerpen en kwam ook uit als Smart Forfour, de nog compactere Fortwo had trouwens dezelfde basis. Er was keuze tussen een atmosferische 1.0 en een 0.9 met een turbo, in beide gevallen met drie cilinders. Voor een nieuwe revolutie zorgde in 2020 de elektrisch aangedreven Twingo, met omwille van de heel compacte batterij wel een eerder beperkt rijbereik.

Een gat van enkele jaren
Het is met die variant dat de carrière van de derde Twingo-generatie in 2024 eindigde, waarna er dus eventjes een gat viel. Renault had in november 2023 al de terugkeer van een volledig nieuwe elektrische Twingo met een prijs onder de 20.000 euro aangekondigd, zowat twee jaar later was de productieversie als E-Tech Electric ook al helemaal klaar en is die ondertussen dus ook door ons meer dan goed bevonden.
















